Met liefde bezien, kritisch besproken

Waarom bestaat de functienaam Apostel nog steeds…?

W

Door Henk Enkelaar /

Tijdens de paasvergadering gaf broeder Wiegman, apostel, aan dat er binnen het bestuur al langere tijd nagedacht wordt over de plaats en functienaam van de Apostel. Een goede zaak. Een ‘zorgvuldig proces’ betekent binnen het genootschap helaas meestal ook traag. Een besluit nemen kan toch ook zorgvuldig én snel? Naast mijn ruime apostolische netwerk en de unanieme mening van de kring van geestelijk verzorgers waar ik deel van ben, gaf ook de live chat tijdens de vergadering aan dat vele broeders en zusters teleurgesteld waren. Ze hadden gehoopt op meer snelheid en concrete antwoorden. Het stond, naast een naamswijziging en visie van het genootschap op de gemeenschap, niet voor niets bij de drie voorkeur-onderwerpen van de leden om te bespreken tijdens deze vergadering.

Binnen gemeenschappen heerst er inmiddels meer en meer een cultuur van eigenaarschap, ‘de gemeenschap dat zijn wij’ in plaats van een ‘omhoog kijkende cultuur’. Daar waar jaren geleden al afscheid genomen is van de functienamen opziener, oudste, herder, priester en dienende en we al een nog langere tijd ook niet meer over de Apostel zingen binnen onze muziek- en zangcultuur, wordt er nog steeds maar geen afstand genomen van deze beladen en verheven functienaam maar wordt deze krampachtig vastgehouden. Ondanks dat voor vele (oudere) apostolischen deze arbeidsnaam betekenisvol en vertrouwd klinkt, heeft de naam voor de meeste mensen een associatie met een Bijbelse dan wel Orthodox-christelijke signatuur. Een beladen functienaam met een sektarisch karakter wat, zoals we nu weten, ook veel leed heeft gebracht binnen het genootschap, mede ook door het vroegere paternalisme. Voor raadgeving op allerlei gebied ging je naar de Apostel of zijn ambtsdragers, daar waar de moderne mens anno 2021 ‘het uwe luistert’ inmiddels verre van zich heeft geworpen en een eigen verantwoordelijkheid kent.

Hoogste tijd dus om deze functienaam te laten vervallen om de ontwikkeling van het genootschap niet in de weg te staan. Het verder naar buiten uitdragen van ons gedachtegoed onder de naam ‘Iederal’ is ook niet voor niets zo gekozen. Broeder Wiegman gaf het woord Apostel zelf de betekenis van ‘leerling’ tijdens de paasvergadering. Feit is dat de rol en positie van de Apostel al sterk is veranderd. Dr. Frederique Demeijer positioneerde de Apostel in haar proefschrift als “van charismatisch leidsman naar benaderbare WhatsApp-vriend”.

Er zijn inmiddels gemeenschappen met meer dan één voorganger, vaak twee maar ook meerdere zijn geen uitzondering. Zou er ook geen gedeelde verantwoordelijkheid voor geestelijke inspiratie moeten zijn? De verantwoording voor de geestelijke verzorging binnen het genootschap wordt organisatorisch al breder gedragen. Daarom denk ik dat het formaliseren van een structuur met een drie-eenheid van drie landelijk voorgangers een goede optie zou zijn, waarmee de apostelfunctie en apostelnaam kan vervallen. Het bestuur kan blijven functioneren zoals nu met een voorzitter en vice-voorzitter, maar met dezelfde functienamen.

Een gedeelde (eind)verantwoordelijkheid maakt minder kwetsbaar, heeft versterkende competenties en is volledig in lijn met de beweging naar het huidige religieus-humanistische geloofsverhaal. Zo wordt het licht van de liefde van generatie op generatie overdragen. Waar is het wachten nog op?

Commentaren

  • Naamsverandering?
    Het ligt aan de doelen die je wilt stellen voor de organisatie als geheel en haar functie die het heeft voor de leden èn voor de maatschappij.

    Het lijkt een evenwichtskunst te zijn tussen twee “hoogste doelen”:

    Als het hoge doel is om een veilige en vertrouwde plek te zijn voor iedereen, dan moet je niet ál het bestaande continu veranderen. Er is enige mate van moderne continuïteit (jawel) nodig. Veranderen is goed!. En ook weten waar de grenzen daarvan liggen. En waarom.

    Als het hoge doel is, om als een soort van marketing zo open mogelijk naar de wereld om ons heen te zijn (hulde) dán is het goed om beladen zaken snel achter ons te laten. Dan zijn we veel gemakkelijker in staat om nieuwe instroom te bewerkstelligen. Dat er behoefte is bij het grote publiek aan dit soort, ook spirituele zaken staat vast. Lees de bladen.

    Áls we het woord Apostel achter ons laten, dán is een logische volgende stap om ook de naam van de organisatie Apostolisch Genootschap te veranderen.
    Ik was daar mijn hele leven vóór. En nú (als jeugd van 62 jaar…) weet ik dat niet zeker meer.

    Apostel staat bij mijn weten onder meer voor ‘gezant’.
    Oorspronkelijk van god.
    Als we de gods-definitie van Spinoza nemen, die god ongeveer beschrijft als : “De harmonie die je ziet in Alles dat het geval is, het alles”,
    dán willen we graag als ‘gezant’ van dat grote geheel functioneren. Daar lijkt mij niets mis mee.

    Met zo’n verklaring van de naam, die staat als een huis, moet je misschien vaker iets ‘verklaren’.
    Wat wij niet ongaarne doen. Toch?

  • Het wachten is op het overlijden van JL Slok. Onder het stuk ‘Over bevrijdende sferen en een circustent’ van Luuk Reurich op deze weblog schrijft Berry Brand: “Het is mijn overtuiging dat de anachronistische apostelnaam verdwijnen moet. Helaas schijnt Wiegman Slok beloofd te hebben dat dit niet zal gebeuren zolang Slok nog leeft.”

  • Deze opvatting is mij uit het hart (om in apostolische termen te blijven) gegrepen. Ook ik merk in mijn netwerken en de verbanden waaraan we als Apostolisch Genootschap Heerenveen deelnemen dat de naam Apostel (en ook eigenlijk de naam van Apostolisch Genootschap) verkeerde associaties oproept en veel uitleg vraagt om deze associaties weg te nemen. Hoewel ik het betoog van Truus Koomen om de Apostelnaam te handhaven vanuit historisch-kerkelijke zin begrijp, zegt de buitenwereld dit helemaal niets. Willen we als genootschap laagdrempelig zijn voor onze medemens en ook inclusief, dan weegt dat zwaarder dan het emotioneel nog gebonden zijn aan die naamgeving en historisch-kerkelijke redeneringen.

  • Decennialang heb ik als voorganger, en velen met mij, broeders en zusters in zeer moeilijke levensomstandigheden, op hun sterfbed, getroost en bemoedigd door te beloven: ‘De Apostel zal er altijd zijn’. Het kan niet zo zijn dat die belofte nu wordt ontkracht door eenzijdig opzeggen van het verbond. Niemand zal van de joden vergen dat zij hun rabbijn geen rabbijn meer noemen, of van de rooms-katholieken dat zij hun paus opgeven. Apostolischen hebben een apostel, een mens die, net als wij allen, geroepen is liefde en vrede te brengen en die ons daarin wil voorgaan, een kostbaar geschenk, ons door vorige generaties geschonken. In het nieuw-testamentisch Grieks betekent ‘apostolos’ ‘gezondene’, ‘iemand met een opdracht’. Uit Mattheus 10 blijkt dat Jezus zijn leerlingen (Grieks ‘mathêtai’) , ‘discipuli’ in de Latijnse vulgaat, werden uitgezonden als apostelen. Een apostel is dus zeker ook een leerling en een leerling kan apostel zijn. Wij hebben als apostolischen deel aan die opdracht, die in wezen voor elk mens geldt. Ons voorrecht is dat wij ons er in de gemeenschap bij bepalen, elkaar bemoedigen.
    Bij een bespreking van het proefschrift van Frederique Demeijer met de apostel en broeder Zwart gaf promotor professor Hijme Stoffels de raad: ’Blijf uw hoekige zelf’. De arbeidsnaam ‘apostel’ hoort daarbij. Als we verder gaan in het aanpassen aan ‘iederal’ verdwijnt onze identiteit.

    • Het klopt dat de Rabbijn- en de Pausnaam er nog steeds zijn, hun dogmatische geloof ook… Het ApGen is in 70 jaar opgeschoven van een kerkgenootschap met een christelijke signatuur en een wederkomstverwachting naar een liberale levensbeschouwing. Je zou kunnen zeggen ‘de boom is verpoot’ en daarin past geen functienaam Apostel meer.

  • De wereld is heftig in beweging en het genootschap ook. De beperkingen door de corona-maatregelen versnellen de reflectie op onze manieren. Rond de aanpassingen, if any, van het ritueel van de rondgang lijkt de dienschaal het symbool van conservatieve opvattingen te worden. Eenzelfde reflex is ook waarneembaar bij de functienaam apostel. Een modernere dienschaal maakt het ritueel van de rondgang niet ineens eigentijdser. Een andere naam voor de functie apostel maakt het genootschap niet ineens democratischer.
    Het is niet de naam van de functie die knelt, het is de wijze waarop het genootschap als geheel is georganiseerd en wordt bestuurd. Het is niet meer van deze tijd om een religieuze organisatie zonder enige vorm van medezeggenschap te besturen. Daar zijn overigens al meerdere artikelen over geschreven, ook op deze website.
    De naam apostel kan prima. Het afschaffen van de naam is niet noodzakelijk om de wel degelijk noodzakelijke democratisering in te voeren. Het is tamelijk merkwaardig dat een organisatie met een dergelijke jaaromzet, een enorm belegd vermogen en forse vastgoedportefeuille wordt bestuurd door vrijwilligers en operationeel wordt aangestuurd door de afdelingen HRM, Communicatie en Facilitair beheer.
    Dat mag, nee moet, op zeer korte termijn wijzigen. De naam van degene die landelijk de eerste onder zijns gelijke in de geestelijke verzorging is kan worden veranderd, maar dat is niet randvoorwaardelijk voor een andere cultuur of structuur.

    • Maarten Jan de Groot, het lijkt inderdaad goed de oren minder te laten hangen naar de adviezen van reclame- en mediabureaus, maar meer te vertrouwen op het “eigen goud”.
      Ik ben opgegroeid in een tijd dat de kern van het van het gedachtegoed heel praktisch was: “Wat je denkt, of spreekt of doet, laat het edel zijn en goed!” In een eerdere blog heb ik geschreven dat het genootschap n.m.m. alleen toekomst heeft als de kern van het gedachtegoed en verbindende waarden als betrokkenheid, bezieling en saamhorigheid, in een hedendaagse vorm worden behouden en verdiept. Draagvlak en invloed van de lidmaten is daarbij onontbeerlijk!
      Ik weet dat het bestuur inmiddels besloten heeft het vetorecht van de apostel buiten werking te stellen en externen te benoemen binnen de Raad van Toezicht. Dat zijn eerste kleine stappen, maar er is meer nodig om tot werkelijke (mede)zeggenschap van de leden te komen. En wat de naam betreft: die mag best veranderen, omdat die m.i. teveel associaties oproept met de orthodox religieuze familie, waar het genootschap uit voortkomt. De organisatienaam, noch de functienaam mogen een belemmering voor voortbestaan worden.

Met liefde bezien, kritisch besproken

J.H. van Oosbree (1862-1946)

Pagina’s

Verschenen blogs