Met liefde bezien, kritisch besproken

Op eigen benen staan

O

Door Erik Zwart  /

Tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van 16 januari is duidelijk geworden dat apostel Wiegman dit jaar met Pasen zijn verantwoordelijkheid gaat overdragen en bovendien dat deze overdracht aan meer dan één persoon zal plaatsvinden.
Veel meer is er niet bekend en dit roept natuurlijk wel de nodige vragen op. Zoals, zal de functienaam van apostel nog aangehouden worden? Zo ja, krijgen we dan meer apostelen? Zo nee, wat betekent dit dan voor de naam van het apostolisch genootschap? Zonder dat hij hier uitspraken over deed, ging apostel Wiegman nog wel in op de betekenis van het woord apostel, n.l. brenger van de goede boodschap. Dit verbreedde hij echter (en overigens, in mijn optiek, terecht) naar een verantwoordelijkheid van een ieder. Die boodschap brengen we allemaal en wel door de manier waarop we in het leven staan.
Ik vermoed dus dat we apostolisch blijven, maar dat we de functie van apostel vaarwel gaan zeggen.

Maar dit is gissen.

Dat we op dit punt zijn aangekomen, kan eigenlijk voor niemand een verrassing zijn. Immers, door apostel J.L. Slok werd er al voortdurend op gehamerd dat het brengen van de “christusgezindheid” (echt zo’n heerlijk apostolisch woord) niet alleen de verantwoordelijkheid van de apostel kan zijn: daar zijn we allemaal verantwoordelijk voor. Apostel Riemers begreep dat deze beweging alleen kans van slagen zou hebben, als de dominante en centrale rol van de apostel zou worden omgebogen: hij begon de dialoog op ooghoogte. Apostel Wiegman vond ik, eerlijk gezegd, hierin minder duidelijk, behalve dan dat hij zeer regelmatig, in navolging van zijn vader, riep dat de meeste voorgangers “in de zaal zaten”. Ook durfde hij het aan om mee te bewegen met gemeenschappen en experimenten om de “klassieke” context van een apostolische gemeente (voorganger, kring van geestelijk verzorgers, broeders en zusters; eredienst op zondag) te verbreden en nieuwe vormen en structuren eens uit te proberen. Ook was wel duidelijk dat hij hierin gezamenlijk optrok met de beide landelijk voorgangers.

Het lijkt er dus op dat de huidige structuur, waarin de centrale rol van de apostel voor velen nog in belangrijke mate een absolute betekenis heeft, teveel een belemmering gaat worden voor noodzakelijke ontwikkelingen. Het “gezamenlijk verantwoordelijk zijn” wordt nog teveel beantwoordt met een “als u dat zegt, Apostel”. Ik chargeer natuurlijk, maar het is niet voor niets dat apostel Wiegman zo nadrukkelijk de verantwoordelijkheid voor het brengen “van de goede boodschap” verbreedt.

Persoonlijk ben ik ervan overtuigd dat het ApGen alleen kans van slagen heeft als ze voldoende in staat is om te laten zien (aan elkaar, aan de jeugd, aan de samenleving) dat zij maatschappelijk relevant is. Dat zij er dus toe doet. Het wonder hebben we al kunnen beleven: de liefde is in ons hart ontwaakt en we kunnen deze de samenleving in brengen. Het komt daarmee inderdaad op de schouders van de broeders en zusters en is daarmee een spannende stap: gaan we op eigen benen staan en nemen we onze verantwoordelijkheid.

Ik bid U aan, o Macht der liefde,
die zich veelvoudig openbaart,
die mij, hoe and’ren mij ook grieven,
voor angst en bitterheid bewaart.
U vult m’n hart met vreugdezangen,
stilt zo menig zielsverlangen.

Die liefde is een rijke zegen,
geeft diepe zin aan mijn bestaan.
Zij is nabij op al m’n wegen;
o mocht ik in haar licht steeds gaan.
In woord en daad, in heel mijn wezen
zij U, o Macht der liefde, geprezen.

Commentaren

  • Ik dacht dat uitdragen van de Christusgezindheid een verantwoordelijkheid is van het individu dat dit uitdragen als zijn of haar ideaal ziet. Dat was zo, is zo en blijft hopelijk zo. Dat de Apostel (Slok senior) als prominent voorbeeld daarvan werd bezongen, deed aan de eigen verantwoordelijkheid m.i. niets af. Begrijpelijk dat hij tot de uitspraak ‘moet ik het weer alleen doen?’ kwam, toen in een lied zijn solo-verantwoordelijkheid voor ‘het bouwen van de stad Gods’
    werd bezongen.

    Erik stelt, met anderen dat ‘maatschappelijke relevantie’ een voorwaarde is voor de continuïteit van ons genootschap – althans zo begreep ik hem.
    Dat roept vragen op als: wat betekent ‘maatschappelijk relevant’
    concreet? Over welke schaal gaat het – voor wie en wanneer? Voor de mensen van de buurt, de stad, Nederland? En gaat het om morgen of over
    10 jaar? Door het genootschap als instituut, door de leden, vrienden, en wie nog meer? Alleen voor mensen? Samen of naast andere ‘maatschappelijk relevante’ organisaties? Een hoe wordt hierover door broeders, zusters en jeugd gedacht? Is het vervullen van genoemde voorwaarde nieuw? Kortom misschien iets over na te denken en samen te spreken als je ‘maatschappelijke relevantie’ voor ogen hebt. Voeten op de grond!

    • Ja, Ton, graag met de voeten op de grond want dan komen we ergens. Je stelt een hele rij vragen waar ik in dit korte bestek niet overal op in kan gaan. Inderdaad, de gedachte is niet nieuw: we bewijzen onze levenshouding op onze eigen m2 en, zeker de laatste jaren, wordt deze gedachte vanuit het ApGen (lokaal en landelijk) steeds verder geconcretiseerd en bovendien ieder vanuit zijn of haar vermogens. Dit waar maken en blijven waar maken is en zal steeds opnieuw onze uitdaging zijn. Wat mij betreft: midden in de samenleving, ook op plekken waar het minder fraai is (of misschien wel juist daar): het licht van de liefde verspreiden. En ja, ik denk dat onze legitimatie sterk samenhangt met ons vermogen om dit waar te maken.

  • Mooie bijdrage, Erik. Dank je wel.

    De maatschappelijke relevantie van het genootschap staat en valt m.i. met de maatschappelijke inbreng van de leden. Zoals Fred het verwoordt: zijn we mensen die edel en goed denken, spreken en handelen? Zolang het genootschap een plek is waar deze ethische levenshouding wordt gestimuleerd is het relevant. En dat is voor mij altijd het geval geweest, en nog steeds. Zeker in deze tijd van oorlog in Europa.

    Ethiek is voor mij dus het speerpunt. Traditioneel noemen we het gezindheid. Gedreven door liefde. Een evolutionair talent. Mijn zorg is vooral dat we die traditie levend houden. Of we het religieus of humanistisch noemen, welke rituelen behouden blijven, welke ‘vorm en namen’ gehandhaafd of geïntroduceerd worden, ik lig er niet wakker van. Want bij traditie denk ik daar niet in de eerste plaats aan. Ik denk dan aan wat Mahler ooit meesterlijk verwoordde: geen “koesteren van de as” maar “doorgeven van het vuur”. Daarvoor voel ik me verantwoordelijk, binnen en buiten het genootschap. Goed om te lezen dat jij dat ook doet.

  • Jouw bijdrage met een gevoel van herkenning en instemming gelezen. Met name de laatste alinea vind ik van groot belang. Ook ik ben van mening en er zelfs van overtuigd dat in het huidige overvolle zingevings- en spiritualiteitsaanbod het ApGen alleen kans van slagen heeft als ze (het ???) voldoende in staat is om te laten zien aan de samenleving dat zij/het maatschappelijk relevant is. Laat zien dat wij met ons genootschap van betekenis zijn, omdat de leden unaniem praktiseren “dat, wat je denkt of spreekt of doet, edel moet zijn en goed”.
    In een combinatie van jouw en mijn woorden: “Als de liefde in ons hart is ontwaakt, dan kunnen we deze vervolgens de samenleving in brengen. Dan komt het daarmee inderdaad op de schouders van de broeders en zusters en is eindelijk de spannende stap genomen: We gaan op eigen benen staan en we nemen onze maatschappelijke verantwoordelijkheid.”

Met liefde bezien, kritisch besproken

J.H. van Oosbree (1862-1946)

Pagina’s

Verschenen blogs