Met liefde bezien, kritisch besproken

Als vanzelfsprekend, vanzelfzwijgend wordt

A

Door Manfred Horstmanshoff  /

In december 2002 oefenden de Apostel, de oudsten en leden van het weekbriefoverleg, waaronder ikzelf, een dag lang onder leiding van een (niet-apostolische) docent taalbeheersing in het schrijven van Weekbrieven. De docent gaf ook algemene aanwijzingen, omdat hij had begrepen wat een bijzonder literair genre een ‘Weekbrief’ is. Geen column, geen opiniërend artikel, geen analyse of uitleg, eerder een liefdesbrief die de relatie tussen schrijver en lezer en tussen de lezers onderling versterkt:

Doe deze woorden niet  vergeefs ontwaken,
zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
en laat uw blik hun innigste niet raken
tenzij ge door de liefde zijt gedreven.

dichtte Leo Vroman.[1]

Eén van de aanwijzingen van de docent ben ik nooit vergeten: zorg dat je bepaalde kernbegrippen steeds laat terugkomen in iedere Weekbrief. Want waar niet over gesproken wordt omdat het vanzelf spreekt, daar wordt op den duur over gezwegen. ‘Wat vanzelfsprekend is, wordt vanzelfzwijgend’.

In de afgelopen decennia zijn steeds meer kernbegrippen uit onze apostolische traditie vanzelfzwijgend geworden. Ik noem hier alleen: ‘apostel’ en ‘amen’. De lijst is gemakkelijk aan te vullen met woorden uit onze liederen, zoals Frits van Yperen in zijn blog Herbronnen laatst deed.[2] De formule die bij de rondgang werd uitgesproken ‘Uw zielsaanbieding is aanvaard en wordt hiermede bevestigd’ is onlangs vervangen door ‘Uw vernieuwde willen om een liefdevol mens te zijn wordt bevestigd’, maar dreigt te verstommen tot een oorverdovend zwijgen. Er zijn twee oorzaken aan te wijzen voor dit toenemende zwijgen.

Ten eerste de opvatting ‘dat het heden in het centrum van ons leven staat, dat wat vandaag gebeurt het belangrijkste is, en dat dus niet onze voorouders, maar wij – die vandaag leven – op de eerste plaats komen’, aldus de Vlaamse socioloog Walter Weyns. In de westerse wereld, in het bijzonder in Nederland, is deze opvatting al wijd verbreid, maar bij het Apostolisch Genootschap wel bijzonder. Het besef van het grote belang van traditie, in de letterlijke betekenis van ‘overdragen’, zo prachtig gesymboliseerd in ons embleem, wordt niet gekoesterd.

Een tweede oorzaak is gêne voor de eigen cultuur, de neiging om wat van elders komt interessanter en ‘beter’ te achten dan de eigen traditie en de eigen taal. Dat leidt tot steeds verdergaande aanpassing en vervlakking in wat we aan elkaar overdragen. Inclusiviteit is waardevol, omarm de verschillen, maar durf wel je eigen, hoekige zelf te blijven.

Herbronnen is niet een kwestie van één keer, maar van steeds weer verbinding zoeken met onze traditie, met wat we willen overdragen. Daarvoor is niet alleen kennis nodig, van de Bijbel, van de apostolische cultuur, maar vooral: liefde vóór. Het besef te staan op de schouders van reuzen, het ontvangen geloof behoeden en doorgeven als een kostbare schat en het steeds weer wekken ervan.

De kernmomenten van de dienst zijn voor mij het gebed (liever: de melding) voorafgaand aan de rondgang en het dankgebed (liever: de opdracht) aan het einde van de dienst. Ite missa est!‘ ‘Gaat heen, de gemeente wordt uitgezonden!’ heet het in de rooms-katholieke mis.
In mijn Bewogen woorden ga ik op die momenten in. Het letterlijk maken van een ommekeer, in de dienst (voor onszelf) en zichtbaar voor de gemeenschap (bij de rondgang). In de gemeenschap komen we tot onszelf, maken een ommekeer en worden dan uitgezonden de samenleving in, ‘wees tot zegen en u zult gezegend worden!’

Wat ons generaties lang gebonden heeft was de opdracht, uitgesproken aan het einde van de dienst door de voorganger. Apostolisch zijn betekent letterlijk: een opdracht hebben. De schroom om die opdracht uit te spreken betekent het uit de handen laten glippen van de kern van ons Werk.

Alles wordt zweverig als de opdracht vanzelfzwijgend wordt.

 

[1] Meer over de Weekbrief in Bewogen woorden, https://www.vanoosbreestichting.nl/siteassets/documenten/boeken—samenvattingen/bewogen-woorden-versie-2.pdf pp. 113-115, en in ‘Oog in oog’. Over Paulus’ Eerste brief aan de Korintiërs en de apostolische traditie, 11e Van Oosbreelezing, pp. 37-43.

[2] https://www.opdekeperbeschouwd.nl/herbronnen/

 

Commentaren

  • Manfred schrijft over het toenemende zwijgen. “Het besef van het grote belang van traditie, in de letterlijke betekenis van ‘overdragen’, zo prachtig gesymboliseerd in ons embleem, wordt niet gekoesterd”. Ik vroeg me af wat de oorzaak hiervan zou kunnen zijn. Na “Apostelkind” las ik heel veel reacties in de trant van “Ja, dat was toen, nu is het allemaal anders”. Ik heb het idee dat veel apostolischen zich nog steeds opgelaten voelen bij de gedachte aan het genootschap van vóór het jaar 2000. In “Apostelkind” werden beelden geschetst die voor veel (ex) apostolischen heel herkenbaar waren, zoals het leven in twee gescheiden werelden, het niet aan anderen kunnen uitleggen wat het apostolische geloof nu precies inhield, het ongemak om uit te leggen wie de man was, wiens foto op de schoorsteen stond, enz. Ik vind het dus niet zo vreemd, dat de apostolische traditie niet wordt gekoesterd. Dat zie ik ook bij de leiding van het genootschap, er is (gelukkig) afgestapt van de eenhoofdige leiding, de functienaam apostel is verdwenen. Henk Katgert noemde de neiging tot pleasen van de omgeving. Ferry Veltman noemde het genootschap al een bedrijf dat themabijeenkomsten organiseert. En hoeveel apostolischen zitten nog te wachten op een wekelijkse opdracht?

  • Ik heb deze blog nu een aantal maal gelezen. Deze bijdrage leest als een vervolg of antwoord op een eerdere bijdrage van Frits van Yperen; Herbronnen. Er lijkt me niets mis met herbronnen, een beetje een CDA term eigenlijk, maar de vraag is wat dan de bron is, wat onze bronnen zijn?
    Ik ben geen theoloog en er is evenmin een apostolische academie, dus is mijn antwoord op deze vraag ook maar een mening. Zelf ben ik, net als Frits overigens, een liefhebber van de oude liederen. En omdat ik hele bevlogen tweede kring verzorgers had ben ik niet benauwd voor bijbelse verhalen. En andere verhalen ook, maar in de apostolische traditie zoals ik die persoonlijk ervaar, zijn bijbelse verhalen een bron. En oude liederen ook.
    Voor andere apostolischen is dat niet zo. Die hebben niets met oude liederen ofmet de bijbel, of allebei. Komt ook voor. Voor hen is herbronnen op “mijn” persoonlijke uitgangspunten dan lastig lijkt me. Voor hen is herbronnen eerder het terugvinden van het moment van ontroering in een samenkomst. Of het gevoel dat ontstaat als in een groot koor kan worden meegezongen. Of gewoon een ouderwets volle zaal.
    We geloven allemaal ongeveer hetzelfde en omdat we het er nooit over hadden, denken we dat we bij “apostolischzijn” allemaal hetzelfde denken en voelen. Deze vanzelfzwijgende aanname blijkt al een tijdje onjuist. Hoe waardevol kan dan een gesprek zijn over de persoonlijke uitgangspunten van ons geloof? Dan gaan we niet zozeer herbronnen, maar bronnen slaan. Op zoek naar de vrijzinnige basis voor de dagelijkse invulling van ons geloof. Voor onze opdracht. En hoe we deze authentiek en eigentijds woorden kunnen geven.

  • Wanneer ik de onderwerpen van de afgelopen tijd lees en de reacties daarop , dan zie ik een groot heimwee naar de ‘oude tijden’. ik ga daarin mee. Echter: Wanneer we ons daarop blijven fixeren, dan beperken we ons, om in de veranderende tijd mee te gaan. Een bekende uitspraak is: ‘Het moet eerst slechter worden, voordat het beter kan gaan’ Laten we onze ogen open houden en alert zijn op mogelijkheden, om deze ‘negatieve spiraal’ om te kunnen buigen.

  • Sta me een paar woorden van commentaar toe op wat Manfred noemde als ‘Het besef te staan op de schouders van reuzen’. Mijn commentaar is te lezen als een persoonlijke ‘side kick’ die los staat van wat Manfred inhoudelijk betoogt (en waar ik het helemaal mee eens ben).

    Het is misschien goed te weten dat toen Isaac Newton op 5 februari 1676 ‘If I have seen farther, it is by standing on the shoulders of giants’ schreef in een brief aan zijn bittere vijand Robert Hooke (lid van de Royal Society), die uitdrukking misschien niet complimenteus bedoeld was.
    Sommige geleerden beschouwen die uitspraak als een nauwelijks verborgen belediging van Hooke wiens kromme postuur en korte lengte hem tot allesbehalve een reus maakte, speciaal in de ogen van de buitengewoon wraakzuchtige Newton. Ondanks de lang lopende controverses tussen Newton en Hooke leek Newton toch het werk te erkennen dat Hooke en Descartes op het gebied van Optica hadden verricht waardoor de brief op een meer verzoenende toon eindigde.
    Bron: On the shoulders of giants. The great works of physics and astronomy. Edited, with commentary by Stephen Hawking. Published by Penguin Books. © Stephen Hawking 2002.

  • Manfred raakt de kern.
    Als de Godsvonk niet meer vlamt wordt het donker en raken we het spoor bijster.
    Waarom slagen we er niet in de intrinsieke waarde van ons Werk in eigentijdse bewoordingen over te dragen. Keren we ons af van de innerlijke potentie die in ons aanwezig is?Overheerst het intellect ten koste van het ‘kind’ in ons? Kom thuis, God is uw Vader.
    Ben ik nu van het padje?
    Dit alles gaat mij zeer aan het hart, te meer daar ik stellig weet dat er een grote behoefte is, met name ook bij de jongere generaties, aan troost, bezieling, oprichting en weer voorwaarts gaan.
    Dat compenseren we niet met zogenaamde vlotheid en please gedrag.
    Ik las een interview met Diederick Gommers waarin hij stelde dat artsen te veel de neiging hebben om te pleasen. Toen viel bij mij het kwartje.

  • Manfred, ik ben het voor honderd procent met je eens. Zo zijn er de laatste jaren meerdere zaken aan te wijzen, welke het Apostolisch Genootschap meer afbreken, dan opbouwen. Ik ben al ruim 10 jaar gepensioneerd nu, maar roep met regelmaat tegen mijn echtgenote dat ik het gevoel heb terug te zijn bij het bedrijf waar ik werkzaam was; het ApGen wordt meer en meer een bedrijf, dat themabijeenkomsten organiseert. Ik heb sterk het gevoel, dat het ApGen zich steeds meer van mij verwijdert in plaats van andersom. De laatste ontwikkelingen doen er overigens geen goed aan, wat mij betreft!

  • De ‘hartensuiting’ van Manfred lees ik ook als een noodkreet en ik deel zijn bezorgdheid.
    De in de loop der jaren en zelfs eeuwen opgebouwde waarden en tradities zijn het fundament van onze apostolische cultuur. Op een stevig fundament kan worden voortgebouwd. Door afschaffingen (bewust) en verwaarlozing (onbewust) is dit fundament echter behoorlijk geërodeerd. Kennis over onze (culturele) geschiedenis is zwak. Daar staat tegenover dat het huis dat op dit fundament is gebouwd de laatste jaren behoorlijk is verzwaard en verfraaid, voor een groot deel bedoeld om aantrekkelijk te zijn voor de omgeving. De vraag die nu gesteld moet worden is of er nu eerst niet eens groot onderhoud aan het fundament moet plaatsvinden voordat het huis in elkaar zakt.
    Met andere woorden: Wat is eigenlijk de apostolische boodschap anno 2022?

  • Ik onderschrijf Manfreds pleidooi voor de waarde van traditie, maar vindt wel dat die traditie aan de maatschappelijke verhoudingen moet worden aangepast om haar waarde te behouden. Anders wordt het een vorm waarvan de inhoud niet meer wordt begrepen. Dat geldt bijvoorbeeld voor het dankgebed, liever de opdracht, waarvoor hij pleit. Opdracht verwijst naar een hiërarchische verhouding. Dat past niet meer in deze tijd van gelijkwaardigheid. Bovendien past een opdracht niet in een gebed, want dat is aan God gericht en voor Hem is die opdracht niet bedoeld. In deze tijd past beter een oproep, niet in een gebed, maar direct naar de toehoorders, van oog tot oog.

    • Ook ik onderschrijf Manfreds pleidooi.
      Wat mij betreft houdt ons apostolisch geloof in dat het leven voor ons een opdracht in petto heeft. Ik vind het wel mooi dat niet iemand jou de opdracht geeft, maar dat je er aan herinnerd wordt aan het einde van een dienst. Misschien kun je ook spreken van roeping in plaats van opdracht? Ook een begrip dat verdwenen lijkt…
      Iets minder spreekt mij aan “zegen en u zult gezegend worden”, dat riekt er naar dat je het met het leven op een akkoordje gooit om er zelf ook beter van te worden.
      In het afsluitend gebed zou bijvoorbeeld gezegd kunnen worden dat we het leven hebben gekregen, dat het een roeping inhoudt en dat we daar met woord en daad inhoud aan hebben te geven.

Met liefde bezien, kritisch besproken

J.H. van Oosbree (1862-1946)

Pagina’s

Verschenen blogs