Met liefde bezien, kritisch besproken

God in alles en in allen – over Pantheïsme Door: Anton Wachter

G

Leeuwenkoning Mufasa zegt in The Lion King tegen zijn zoon: ‘Simba, alles wat je ziet hangt samen in een broos evenwicht. Als koning moet je dat evenwicht begrijpen en alle wezens respecteren, omdat we allemaal verbonden zijn met de grote cirkel van het leven.’

De grote cirkel van het leven. Zo komt in de tekenfilm van Walt Disney een belangrijke opvatting over kosmos en God ook voor een jong publiek tot leven. Het is de opvatting dat alles met elkaar samenhangt, in dit geval dat God het universum is. Dit beeld, dat God en kosmos samenvoegt, heet Pantheïsme (van het Griekse alles en God). Ook binnen het Apostolisch Genootschap leeft deze gedachte op een bepaalde manier en verwijzen teksten van oude én bestaande liederen naar dit idee, bijvoorbeeld in het nu niet meer gezongen lied God in alles en in allen. Bij nadere beschouwing heeft een flink aantal apostolische liederen een echt pantheïstisch karakter.

Pantheïsme en Panentheïsme
Eigenlijk kun je niet van één soort Pantheïsme spreken. Er zijn meerdere opvattingen, die vooral overeenstemmen in hun afwijzing van een persoonlijke God. Men is het eens over wat God niet is, maar wat God dan wel is kan nogal verschillen.
Zo vinden sommige pantheïsten dat God en ‘alles wat bestaat’ (de kosmos, de materie) één en hetzelfde is. Anderen zien de aanwezigheid van God juist weerspiegeld in de overweldigende pracht van de natuur. Weer anderen zeggen dat de kosmos inderdaad God is, maar dat God zelf nóg groter is: God is oneindig en de kosmos is er maar een deel van. Deze laatste opvatting noemt men Panentheïsme (alles-in-God). God en de wereld zouden dan apart te onderscheiden grootheden zijn, maar toch iets van elkaar in zich dragen. Er zijn dus veel verschillende pantheïstsche opvattingen en wie er oog voor krijgt ziet, vaak onverwacht, een pantheïstisch-achtig godsbeeld opduiken.

Waaraan herken je Pantheïsme?
Een pantheïstisch godsbeeld heeft een aantal typische kenmerken die meestal (maar niet altijd) terugkomen in bepaalde religies of religieuze stromingen. Soms krijgt een bepaalde pantheïstische eigenschap bij de ene religie een grote nadruk, soms is die eigenschap juist afwezig.
Hét pantheïstisch godsbeeld bestaat niet. Pantheïstische denkbeelden vormen meer een groep verwante opvattingen dan dat er sprake is van één idee. Ook wanneer je het voorkomen van een en hetzelfde pantheïstische kenmerk bij verschillende mensen of groepen vergelijkt blijft het opletten: soms wordt er per religieuze richting verschillend tegen aangekeken. Hier noem ik een aantal kenmerken die in wisselende combinatie kunnen voorkomen.
Ter illustratie begin ik de beschrijving van elk kenmerk met het aanhalen een  (oud) lied uit het repertoire van het Apostolisch Genootschap.

Er kunnen zes ‘losse’ pantheïstische kenmerken onderscheiden worden: 1. God is de kosmos. 2. God is onuitsprekelijk. 3. God is onpersoonlijk.      4. God is goed. 5. God is beleefbaar. 6. God ontplooit zich in de werkelijkheid.

God is de kosmos
Almacht Gods: ‘Soms noem ik het God. Soms noem ik het Almacht, de Oorsprong, het Al. Hoe ik het ook benoemen zal, ’k ben wezenlijk deel van d’onmeetbare kracht, dat alles omvattende leven.’

Dit belangrijkste pantheïstische idee benadrukt dat God en de hele werkelijkheid hetzelfde is. Alles hangt met elkaar samen. De kosmos is God. Deze gedachtengang heeft strict genomen nogal wat consequenties op andere gebieden, bijvoorbeeld je opvatting over goed en kwaad. Het is dan ook meer een denkrichting dan een uitgewerkte gedachtengang.

God is onuitsprekelijk
Alles uit dezelfde kracht: ‘Het gaat de mensenmaat te boven – is alles uit dezelfde kracht, het spelend kind, de korenschoven, de regenboog, haar kleurenpracht. Hoe is het wonder te doorgronden,..’

Hier wordt de nadruk gelegd op de onuitsprekelijkheid van het besef van een kosmische kracht, God. Het is in het niet te bevatten wonder van de werkelijkheid, in de details ervan en in zijn totaliteit, waarin het goddelijke gezien of gezocht wordt, zonder dat er overigens bij voorbaat een bepaald ‘iets’ achter gedacht wordt. Daarom is voor Boeddhisten verlichting het hoogste doel. Het is de enige manier waarop ze uiteindelijk inzicht in deze onuitsprekelijke werkelijkheid kunnen verwerven. Apostolischen spreken van ‘het wonder van het alomvattende leven’.

God is onpersoonlijk
Erfenis: ‘Als ’t leven alle namen is vergeten, wij deel zijn van een grenzeloze zee, draagt ieder slechts nog zonder het te weten het licht van wie we waren met zich mee.’

Bij dit aspect van het pantheïstische Godsbeeld komt naar voren dat het om iets onpersoonlijks gaat. Albert Einstein had een expliciet pantheïstisch godsbeeld, hij verwierp een God als persoon. De filosoof Spinoza zag God echter als een oneindig intellect, alwetend en in staat om zowel zichzelf als ons lief te hebben – voor zover we deel zijn van zijn volmaaktheid. Apostolischen spreken ook niet over God als persoon, maar bijvoorbeeld over ‘God als liefdemacht’.

God is goed
De Onzienlijke zichtbaar: ‘De mens is orgaan van de scheppende God, een cel in het eeuw’ge bestek, de plaats waar Gods liefde zich manifesteert …’

Is God goed (en dus, in wezen, de werkelijkheid ook)? Is hij volmaakt en daarom ook volmaakt goed? In veel gevallen gaat het pantheïstische beeld daar van uit: God, en daarmee alles wat bestaat, is in wezen goed. In wezen, want vaak is het nog niet zover, maar groeit de schepping naar een hoger plan, naar meer volmaaktheid.
Deze goedheid van God is overigens een van de meest bestreden pantheïstische ideeën. Het is geloven tegen beter weten in. Toch blijven pantheïsten optimistisch en hoopvol. Men noemt de kosmos juist God omdat die als uiteindelijk goed en volmaakt wordt beschouwd.

God is beleefbaar
De wondere Levensdrang: ‘Alles wat wij om ons zien en alles wat wij horen, al wat uit U, o wond’re Drang des Levens, werd geboren, ’t zij fris en fleurig en zo donzig teer, dat ’t dofste oog ontroerd begint te glanzen weer.’

Het pantheïstische idee hierbij is, dat God als (gevoels)ervaring van de werkelijkheid beleefbaar is. Deze gedachte staat zeer dicht bij de apostolische cultuur. Ook zijn er nogal wat pantheïsten die de hoogste werkelijkheid (God dus) meer als idee beleven. Men beschouwt God dan als een ‘hoogste principe’, een principe waarvan de schoonheid aangevoeld kan worden. God is aanwezig in de werkelijkheid en kan vanuit het gevoel beleefd worden.

God ontplooit zich
Eeuwige scheppingsdrang: ‘In eigen wezen voelt hij dan de eeuw’ge scheppingsdrang, herkent in ’t groot geheel de wond’re samenhang.’

Het pantheïstische idee is hier dat God zich binnen zijn schepping ontplooit en zich ontwikkelt tot een alomvattend geheel. Wij maken als mens deel uit van die ontplooiing, we zijn deel van een groter proces. Het idee dat God zich in de schepping als uit een kiem ontplooit, maakt het makkelijker te aanvaarden dat er in de wereld ook veel verkeerd gaat en dat naast het goede ook het kwade bestaat.

Pantheïsme. Wie er op let, ziet het overal.

Commentaren

 

  • Het artikel gaat over pantheïsme. Noemt wel het panentheisme, maar ook niet meer dan dat. Ik vind dat onderscheid zeer belangrijk en zou de schrijver van dit artikel willen vragen dit punt evenwichtiger en kort en scherp uit te werken.

    • Dank voor de snelle reactie! Het stukje gaat over pantheïsme en, hoewel er over het onderscheid met panentheïsme veel te zeggen is, beperk ik mij hier tot de beschrijving van het pantheïsme en het noemen van het voornaamste verschil: het niet samenvallen van God en de schepping (panentheïsme) of juist wèl (pantheïsme), zij het dat niet eenduidig gedacht wordt over hoe dat dan zit.

  • Mooi artikel. Ik wil er graag een paar korte gedachten bij plaatsen:
    1. Bij het lezen van “God is goed” en “God is beleefbaar” speelde het lied “Beleefbaar is zo goedheid Gods” uit de cantate “twintig jaar na twintig eeuwen” door mijn hoofd. Hier werd in 1966 eigenlijk al de brug geslagen tussen de beleefbaarheid en de goedheid van God.
    2. Bij het idee dat God goed is, past m.i. het idee dat God ook slecht of fout kan zijn, zeker gezien door de apostolische bril dat God alleen zichtbaar kan worden in en door mensen. Het goddelijke (mooie) wordt zichtbaar door handelen van mensen, maar ook het slechte. De medaille heeft altijd meerdere kanten, dat heeft de geschiedenis wel bewezen. Ook in de natuur zien we natuurlijk mooie en slechte dingen. Denk aan het kunnen genieten van een prachtige bloem, maar ook de ellende die een tsunami aanricht.
    3. Ik heb het idee dat pan(en)theïsme dicht tegen deïsme aan schuurt, waarbij het deïsme betekent dat er weliswaar een god of goden bestaan die het universum en de natuurwetten geschapen hebben, maar dat deze bovennatuurlijke actoren daarna geen invloed meer uitoefenden op deze schepping. Wellicht een idee om ook het deïsme in deze gedachtewisseling te betrekken.

Met liefde bezien, kritisch besproken

J.H. van Oosbree (1862-1946)

Pagina’s

Verschenen blogs