Met liefde bezien, kritisch besproken

Over ‘De Opdracht’ Door Letty Reurich

O

Een van de reacties op de blog ‘De Opdracht‘ van Manfred Horstmanshoff (17 maart jl.)  kwam van Letty Reurich. Na overleg met haar publiceren we haar reactie als blog. Zij benadrukt dat zij wat ze ‘God’ noemt vindt in de verbinding met anderen: bij de koffie, bij Boudewijn de Groot en in de apostolische gemeenschap waar ze toe behoort. Dit schreef ze:

Als ik de blog van Manfred Horstmannshoff lees, vraag ik me af of er nu werkelijk zoveel is veranderd als hij stelt. Misschien is er nu meer bewustwording. In deze tijd gaat het toch veel meer om individuele invulling van ons leven. Vroeger waren we misschien iets meer “groepsmensen”.
Manfred Horstmanshoff mist de oudere liederen met een opdracht. Maar tegenwoordig denk ik aan het lied: “Als de kou komt van over de bergen, hard en grijs (denk aan de corona-crisis), zal ik er zijn.” Ik zie dat laatste als mijn persoonlijke opdracht en een belofte aan mijn medemens. Horizontaal en verticaal heb je beiden nodig om tot een stevig bolwerk te komen. Dan is ons geloof gebaseerd op een stevig fundament.

Sinds een klein jaar woon ik in een kleinschalig zorgcentrum. Al een aantal malen zijn mij vragen gesteld over mijn geloof, zoals “Geloven jullie in God?”. Als mijn antwoord is: “Ja, ik geloof in jou en ook in mezelf”, is dat meestal bevredigend voor de vragensteller. Als men mij vraagt waar ons Genootschap voor staat, is de reactie vaak: “Nou, dat wil ik ook. Dat is toch heel gewoon dat we daarnaar streven?” Misschien moeten wij ons als Apostolischen minder elitair opstellen.
Al enkele malen hebben we hier in Lochem een oecumenische dienst beleefd. Na een gezamenlijke zangrepetitie met mensen van verschillende geloven, waar ook onze liederen worden gezongen, geeft dat een goed gevoel, als we daarna onze gezamenlijke dienst beleven. Op deze momenten heb ik het gevoel dat wij als Apostolischen tot een wereldgodsdienst behoren.

Manfred Horstmanshoff schrijft ook over het gezamenlijke koffiedrinken waarbij de diepte zou ontbreken. Ik heb goede herinneringen aan de gezamenlijke activiteiten, of dit koffie drinken na de dienst is, het koffie drinken na het gebouw schoonmaken of bij de ontvangst van mensen, er ontstaan soms zomaar gesprekjes die je soms een beetje het gevoel geven “in de dienst te zijn geweest”. Die contacten waren voor mij nodig om het onderlinge gemeenschapsgevoel te versterken. Ieder vult op zijn eigen manier zijn leven is; we zijn tenslotte geen eenheidsworst. Dat maakt de gemeenschap voor mij juist zo boeiend.

Apostolisch-zijn geeft mij de waarde van ontvankelijk te zijn en open te staan voor de warmte die ik ervaar vanuit mijn medemens. Ik durf dat wel “God” te noemen. Manfred Horstmanshoff is bang om  “zweverig” te worden zonder gebruik van  het woord “God”. Een kind op een schommel straalt levenslust uit. Op mijn “levensschommel”, waar ik te maken krijg met zoveel verschillende omstandigheden, hoop ik ook, al zwevende, levenslust uit te stralen.
Boudewijn de Groot zong: “Ik geloof in jou en mij”. Dat gevoel heb ik ook heel sterk, maar ik geloof ook dat ons Genootschap een belangrijke bijdrage kan leveren om dit geloof te versterken.

Het woord “dienst”, door Manfred Horstmanshoff besproken en betwijfeld als vergelijkbaar startpunt met eenzelfde betekenis als “opdracht”, is voor mij een normaal begrip. Militairen gaan in dienst om het land te dienen, ik ga naar de dienst om mijn omgeving te dienen, niet meer en niet minder. Ook in de teksten van verschillende liederen van kinder- en meisjeskoor wordt de wens geuit om te dienen. Waar denk je dan aan? Mijn dochter dacht hierbij aan “helpen met afdrogen na de afwas”.
Wij mogen best het vertrouwen hebben dat wij als Genootschap kunnen bijdragen aan een betere wereld.

Commentaren

 

  • Dank aan Manfred Horstmanshoff en Letty Reurich voor hun recente bijdragen.

    Manfred Horstmanshoff stelt in zijn blog ‘De Opdracht‘ (17 maart jl.) het volgende: “Het horizontale overheerst, terwijl het verticale, de verbinding met God, de God-als-mens-gedachte, uit beeld en geluid verdwijnt. ‘We horen bij elkaar’, maar waarom horen we bij elkaar? Onze manier van doen? Onze levensstijl? Daaraan herkennen we elkaar, maar die levensstijl moet toch op iets gebaseerd zijn, op geloof?”

    Het beeld van het horizontale en verticale onderschrijf ik van harte. Het horizontale is vaak ook het meest eenvoudige te realiseren en die tendens zie je volgens mij niet alleen in het Apostolisch Genootschap. Het verticale deel vraagt om te definiëren wie en wat God werkelijk is. Dan gaat volgens mij om iets wat buiten de mens zelf staat.

    Letty Reurich beaamt in haar betoog dat het horizontale en verticale beide nodig zijn, zoals door Manfred Horstmanshoff gesteld (“Horizontaal en verticaal heb je beiden nodig om tot een stevig bolwerk te komen. Dan is ons geloof gebaseerd op een stevig fundament.”). Echter een paragraaf verder lees ik in haar betoog: “Al een aantal malen zijn mij vragen gesteld over mijn geloof, zoals “Geloven jullie in God?”. Als mijn antwoord is: “Ja, ik geloof in jou en ook in mezelf”, is dat meestal bevredigend voor de vragensteller.”

    Een dergelijke redenering komt mij over als een eeuwigdurende lus in de redenering. Als God alleen in de mensen zichtbaar zou zijn, dan blijft het bij de horizontale verbinding alleen en is er geen sprake van een verticale verbinding. Degenen die bekend zijn met het spreadsheetprogramma Excel: je kunt daar een formule maken die twee dezelfde velden verbindt. Als dat het geval is krijg je een foutmelding dat je niet twee dezelfde velden met elkaar kunt verbinden. Sinds de Verlichting heeft de ‘God-is-mens-theorie’ een hoge vlucht genomen, waarbij de mens de plaats van God heeft ingenomen. Dat betekent volgens mij echter nog niet dat je God van het verticale gedeelte zou moeten verplaatsen naar het horizontale gedeelte, waardoor er één dimensie zou overblijven. Dat betekent echter niet dat God zich niet toont door mensen. Jazeker, ik denk dat dit ook altijd de ‘opdracht’ of de ‘oproep’/ het ‘áppel’ mag zijn. Voor mij altijd nog duidelijk zichtbaar in de persoon van Jezus (‘God werd mens’ – en niet andersom). Een uitdagende aanpak staat Jezus voor in de Bergrede (zijn manifest zou je kunnen zeggen): “Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de ​tollenaars​ niet net zo? En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.” (vgl Matteüs 5: 46-48).

    Zo wat aanvullende gedachten. Spreken over je geloof is niet makkelijk, maar altijd wel uitdagend.

    Met vriendelijke groet,
    Reinier van Markus

  • Het is een prachtige reactie op het artikel van Manfred Horstmanshoff. De tijd van een ‘uitverkoren volk’ en opdrachten is niet meer.. We hebben nu behoefte aan diensten die inspireren, waar we tot onszelf kunnen komen en waar we het leven vieren. Diensten die verschillende vormen kunnen hebben zoals nu door Íederal” nog buiten de zondag gehouden worden, maar eigenlijk op zondag beter zouden passen. Samenkomsten die hoofd en hart raken en soms het onzegbare een plek geven. Een plaats van ‘ontkoming’ noemde wij het vroeger. Met eenvoudige rituelen om gezamenlijk iets te beleven, met een rondgang waar we niet meer spreken over een zielaanbieding maar daar waar het om gaat.. Een vernieuwd willen om een liefdevol mens te zijn, zeg dat dan ook en bevestig dat. Die drang tot ontwikkelen om een mooi medemens te zijn mag je van mij Religieus, Spiritueel of G.O.D. noemen Grote Ontwikkel Drang. Uiteindelijk gaat het erom wat doe IK ermee. Het gaat altijd om het bewijs zei Apostel j.L.Slok destijds al.

Met liefde bezien, kritisch besproken

J.H. van Oosbree (1862-1946)

Pagina’s

Verschenen blogs